De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn besluit van 9 augustus 2007 (nr. CPP2006/1883M) met betrekking tot de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij een bedrijfsoverdracht in de familiesfeer enkele goedkeuringen opgenomen. Het gaat om een actualisering van het geldende beleid over bedrijfsoverdrachten binnen de familiesfeer. De opgenomen goedkeuringen waren eerder opgenomen in het besluit van 22 maart 2004, nr. CPP2004/543M. Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 9 augustus 2007.
In de navolgende situaties geldt de goedkeuring:
- bij overdracht van een onderneming door een ouder aan zijn kind (of pleegkind, kleinkind, (pleeg-, of half)broers, (pleeg- of half)zusters of hun echtgenoten), waarna het kind de onderneming, inclusief onroerende zaken vervolgens inbrengt in een BV;
- bij overdracht van een onderneming door een ouder aan zijn kind, waarna het kind de onderneming, inclusief onroerende zaken vervolgens inbrengt in een personenvennootschap met een ander kind van de overdrager;
- in de situatie waarin een ondernemer zijn onderneming, exclusief het bedrijfspand, heeft ingebracht in een BV, waarvan hij alle aandelen houdt. Het bedrijfspand verhuurt hij sindsdien aan de BV. Hierdoor blijft dit pand dienstbaar aan de onderneming. Verspreid over een aantal jaren vindt een bedrijfsopvolging plaats. Eerst gaat de BV een personenvennootschap aan met het kind van de ondernemer. De BV brengt daarbij de onderneming in. Later volgt een ontbinding van de personenvennootschap met toedeling van de onderneming aan het kind. Dit kind zet de onderneming persoonlijk voort. Ter afsluiting van deze gefaseerde bedrijfsoverdracht draagt de oorspronkelijke ondernemer de onroerende zaak over aan het kind;
- bij splitsing van een onderneming dat tot gevolg heeft dat bij bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer alleen de grond en niet de bijbehorende voor de bedrijfsvoering noodzakelijke opstallen worden overgedragen;
- in de situatie waarin de echtgenote van de overleden ondernemer naast het onverdeelde aandeel in de onderneming ook de niet tot het ondernemingsvermogen behorende juridische eigendom van het bedrijfspand overdraagt aan een kind;
- in de situatie waarin een ondernemer heeft als pachter van onroerende zaken zijn onderneming overgedragen aan zijn kind. Nadat hij de eigendom heeft verkregen van de betreffende onroerende zaken, levert hij de eerder door hem gepachte onroerende zaken aan hetzelfde kind.
- in de situatie waarin een ondernemer heeft de tot zijn onderneming behorende landerijen overgedragen aan het bureau beheer landbouwgronden. Vervolgens draagt hij zijn onderneming over aan zijn kind.